Maandag 26 februari 2001. Quetta - Kanai.

Het is altijd moeilijk om na een lange pauze weer te vertrekken. Maar het is mooi geweest. We hebben nog niet alles kunnen doen wat we gepland hadden, maar het belangrijkste is gebeurd. Het zonneke schijnt gelukkig terug vandaag. Aan 1 van onze vrienden van een bus-company geven we de medicijnen en windels die we van Khan gekregen hebben. Gloegloe!

In onze reisgids en op het stadsplan van Quetta zien we niet duidelijk hoe we op de weg naar Ziarat kunnen geraken. We doen meermaals beroep op vriendelijke Pakistanen en allen wijzen ze ons de zelfde weg uit.
We belanden in een druk dorpje. Bijna misten we de afslag naar Ziarat. Langs de kant van de weg zien we zeer veel groenten- en fruitverkopers. Uit de winkels schalt luide muziek. Het doet ons een beetje aan een kermis denken. De leuke gedachten worden pijnlijk onderbroken. Ik (V) voel een harde klap... Een kleine aardappel treft me, net op het scharnierpunt van mijn kaakbenen. Ik werd weer bekogeld! Het was een rake klap en het doet geen deugd! Ik voel me ongelooflijk woest worden, maar in de drukte is het onbegonnen werk om de laffe dader te zoeken. Volgens een Pakistaan gooien zijn landgenoten met stenen (of aardappelen) om te communiceren... Ja, we zullen niet ontkennen dat het communicatie is! De boodschap die ze er mee overbrengen is anders wel heel duidelijk! Kinderen zullen zeer goed weten dat het pijn doet om een steen tegen je te krijgen. En ik kan ook niet aannemen dat ze geen minder agressieve vormen van communicatie zouden kennen. Ik ben er danig van uit mijn humeur en loop eventjes niet meer zo hoog op met de Pakistanen.

Na verloop van tijd merken we dat we nog steeds langs de spoorweg rijden. Volgens onze kaart zouden we die al lang niet meer mogen zien... En ja, we hebben de verkeerde weg genomen. Volgens de kaart is er een kortere weg naar Kach en Ziarat, maar gelukkig kunnen we er mits een kleine omweg ook geraken.

's Middags arriveren we in Kanai aan een politiecheckpost. We moeten onze gegevens weer noteren en de bevelhebber komt ons begroeten. Volgens hem is het veel te gevaarlijk om nu nog verder te rijden. Tussen Kania en Ziarat zou geen overnachtingsmogelijkheid meer zijn... Daarenboven hebben de wolven die in de bergen leven door de aanhoudende droogte geen eten meer. Ze zouden nu ook mensen aanvallen. We mogen nog wel verder rijden, als we in het registratie-boek schrijven dat het op onze eigen verantwoordelijkheid is. Van al die Indianenverhalen geloven we niet veel. We weten dat andere fietsers in Kach hebben geslapen. En de wolven... tja...
Toch besluiten we om in Kanai te overnachten. De bevelhebber (Nasrulla) is zeer vriendelijk, onze lichamen zijn al wat vermoeid en we zullen hier zeker warm kunnen slapen. Nasrulla is in zijn nopjes met onze beslissing. Hij troont ons mee naar zijn kamertje, laat de stoof aansteken en laat voor ons een lunch aanrukken. Deze keer schaft de pot de reeds vertrouwde pikante groentjes en brood. Na wat melktheetjes voelen we ons steeds meer slaperig worden. Af en toe komen er andere soldaten een kijkje nemen. Nasrulla spreekt niet zo goed Engels en houdt zich vooral bezig met ons Urdu en Pashto woordjes te leren.

Na het eten maken we een wandeling in de bergen. We zien dat Nasrulla er niet erg gelukkig mee is... Vooraleer we aan een mooi uitkijkpunt zijn, zien we een van de soldaten in onze richting komen. In opdracht van Nasrulla wijkt hij niet van onze zijde! Veerle toon het ensemble van ... Nu worden we zelfs in verlaten bergen geescorteerd!

Na dit uitje moeten we weer thee komen drinken. Een ex-leraar Engels vervoegt het gezelschap en nu verloopt de communicatie wat vlotter. Voor de avond valt gaan we met Nasrulla en de ex-leraar Engels anderhalve kilometer verder een vat water vullen. Het water wordt met een blik opgeschept uit een beek met groen stilstaand water. Vervolgens wordt het via een trechter en een sjaal, die als filter fungeert, in de kruik gegoten. We mogen er niet aan denken welke vuiligheid er nog in het water zit! Er wordt ons tijdens de wandeling verteld dat er zeer veel Afghaanse vluchtelingen in de bergen wonen. Het begint ondertussen al flink koud te worden en ik mag er niet aan denken in welke omstandigheden die mensen daar leven.

Na het avondmaal (groentjes en brood) en een hilarische sessie handlezen, is het voor ons bedtijd. Nasrulla begeleidt ons nogmaals naar de WC... Iedereen doet zijn behoeft buiten, op een daarvoor gereserveerde zone. We mogen van Nasrulla niet alleen gaan. Het is donker en er zijn honden, die echter geen aandacht aan ons besteden! Maar er valt niets tegen in te brengen. Het voelt niet zo comfortabel om naar het toilet te gaan, terwijl een militair van op een kleine afstand voor belichting zorgt. Goed dat ik (V) mijn lange rok nog heb.

Binnen liggen we wel lekker warm, maar door het gesnurk van Nasrulla is het moeilijk om de slaap te vatten.

Dinsdag 27 februari 2001. Kanai - Ziarat.

We worden wakker van gestommel... Er komt iemand de stoof aansteken. Nasrulla snurkt rustig verder. Het ontbijt is pover vandaag... We krijgen enkel melkthee en wat koekjes. De anderen eten niet, maar roken enkele sigaretjes. Na een hartelijk afscheid begeven we ons op de weg naar Kach.

We rijden onmiddellijk de bergen in en genieten van prachtige uitzichten! Dit is het landschap dat we boven alles verkiezen: bergen!
In Kach houden we een brunch-stop. Na Kach begint het zware werk en volgen er ontzettend steile hellingen. En wanneer we aan de afdaling mogen beginnen, verandert het wegdek geregeld van een asfaltweg in redelijk goede staat naar zand met putten en keien. Achter een bocht wacht ons een aangename verrassing. Er staan vier mensen op ons te wachten en we krijgen thee! Het zweven is puur ilusie.
Het is een zware rit naar Ziarat. We passeren veel kleine lemen dorpjes en zijn telkens zeer oplettend als we kindjes zien. Het gebeurt echter maar twee keer dat we een keitje horen vallen achter ons. Het valt dus goed mee. Van voorgangers hoorden we verhalen van groepjes kinderen die hen bekogelden. Daarvan zijn we dus gespaard gebleven. De ganse dag door roepen mensen ons naar zich toe om thee te komen drinken. Moesten we op elke invitatie ingaan dan zouden we per dag geen 30 km kunnen fietsen.
Ons brunch-idee werkt niet echt... Om 15u rammelen we weer van de honger! We nemen dan maar een vervroegd en uitgebreid vieruurtje!

Op de kale bergen zien we nu heel veel bomen staan. In dorpjes horen we het geklater van een beekje. Hier is dus wel water.

Na een zware dag bereiken we Ziarat. We worden meegenomen naar een guesthouse waar we voor 150 Rs kunnen slapen. Er is licht, er zou een warme douche zijn en er zou een vuurtje zijn... De mensen zijn super-vriendelijk, zijn enorm in de weer om het ons naar onze zin te maken. Maar al gauw blijkt dat er geen warm water zal zijn! De leidingen zijn bevrozen... Het vuurtje, dat niet veel warmte geeft, mogen we gebruiken voor 20Rs per uur! 's Avonds, als we het vuurtje terug afgeven, is het na 15 minuten nog maar 10 graden in de kamer! We gaan een koude nacht tegemoet.

Vandaag hebben we twee records verbroken: het is onze traagste fietsdag (11,5 km/u) en volgens Lonely Planet slapen we op een hoogte die we nog niet eerder bereikt hebben (2600 m).

Woensdag 28 februari 2001. Ziarat - Loralai.

Het is koud om op te staan. Buiten ligt er ijs op de weg... Maar het zonnetje schijnt en het wordt al snel warm. We hebben ook niet veel kans om kou te krijgen, want we mogen onmiddellijk beginnen klimmen. Kijk mama, zonder ... We fietsen door prachtige, beboste bergen en hebben af en toe een schitterend uitzicht op de vallei.

Na 9 km klimmen mogen we al aan de afdaling beginnen!
Het plezier is echter van korte duur, want algauw verandert de asfaltweg in een zandweg met stenen en putten. We moeten dus voortdurend remmen. We proberen zoveel mogelijk om de diepste putten en de grootste stenen te vermijden, maar het is onbegonnen werk. We hobbelen traagjes verder. Onze baggage rammelt en schokt... We hopen dat ons hersteld Esfahan-wiel deze marteling overleefd.

We dalen af naar een vallei waar wat meer water lijkt te zijn. We passeren heel wat dorpjes en zwaaiende mensen. Spijtig genoeg kunnen we niet ten volle van deze mooie omgeving genieten. We moeten onze ogen strak op de weg gericht houden.

Op een aantal plaatsen zien we bergen keien langs de weg liggen. Groepjes mannen houden zich bezig om van deze grote keien met een hamertje kleine keitjes te maken. Later op de dag zien we dat deze kleine keien over de weg gelegd worden en met zand bedekt worden. Zo bekomen ze inderdaad een betere weg, maar voor hoe lang?

Na 44 km serieus dooreengeschud te zijn, komen we plots op een beter wegdek. Voorlopig blijft de schade beperkt tot een lekke achterband bij Kris. De kwaliteit van de weg blijft echter maar zus en zo. Het is ook een smalle weg, dus telkens er een vrachtwagen passeert, worden we verwacht om in de berm te gaan rijden. We bereiken Sanjawi, waar het wegdek plots weer in schitterende staat is!

We besluiten om nog door te rijden naar Loralai. Een Pakistaan heeft hetzelfde gedacht en vergezelt ons tijdens de rit. We krijgen nog een klim voorgeschoteld, waarbij onze collega flink vooruit schiet. Boven staat hij ons op te wachten... Bij de afdaling en op vlakke stukken heeft hij moeite om ons te volgen, maar hij geeft wat hij kan en geeft niet op! Parijs Roubaix moeilijk??? HA!

In Loralai informeren we waar we Jalat Khan kunnen vinden. Volgens een ingenieur die we in Quetta ontmoet hebben, zouden we in zijn resthouse kunnen overnachten. Jalat Khan is momenteel niet in Loralai, maar zijn familie vangt ons gastvrij op. Nasrulla brengt ons naar Hotel Al Habib (150Rs), aangezien het resthouse 5 km buiten het centrum gelegen is. Het is heerlijk om ons nog eens met warm water te kunnen wassen!
's Avonds merken we dat het hier gevoelig warmer is dan in Ziarat of Quetta. Jalat Khan is ondertussen aangekomen in Loralai. Hij stapt heel geheimzinnig lachend op Kris af en stopt hem iets in de hand... We hebben zowaar een blokje hasj gekregen!
Jalat Khan geeft ons een aantal overnachtingsmogelijkheden aan tussen Loralai en Kingri. In een dorpje onderweg zouden we bij werknemers in hun kamp kunnen slapen. Er wordt ons gegarandeerd dat we van Loralai tot Kingri geen problemen zullen ondervinden, aangezien de stamleden van Jalat Khan in dit gebied wonen. Jalat Khan is blijkbaar een zeer invloedrijk man! Met een aantal belangrijke adreskaartjes op zak, gaan we met een gerust gemoed slapen.

Donderdag 1 maart 2001. Loralai - Khajori.

Na Loralai rijden we vlotjes over een redelijke weg door een mooie vlakte. Dank zij de aanwezigheid van water zien we geregeld kleine grasveldjes. Het blijft echter niet zo gemakkelijk gaan. We rijden weer de bergen in en mogen serieus duwen!

In de late voormiddag stopt er een auto voor ons. Het is Jalat Kahn met twee jonge gasten! Hij is zeer optimistisch en zegt dat we nog wel tot in Kingri zullen geraken. Maar de steigende weg eist zijn tol en onze snelheid daalt gevoelig.

In Mekhtar houden we een late middagstop aan het PSO (tank)station. De vriendelijke uitbater geeft ons thee en toont ons foto's van verschillende voorgangers die bij hem overnacht hebben. Na het eten is het al 15u... We twijfelen of we nog zullen doorrijden of niet... Als we aan het kamp willen geraken, moeten we nog 35 km verder... Voor Kingri zouden we nog 55 km voor de boeg hebben.

We besluiten toch maar om vandaag door te zetten. Zo hebben we morgen een rustige fietsdag. De weg is verre van ideaal en we moeten weer een eindje klimmen. Even lijkt het er op dat we weer in het donker zullen moeten fietsen. Maar dan volgt er een heerlijke afdaling en geraken we goed vooruit. Het landschap is al de ganse dag prachtig. We genieten van de mooie bergen in de avondzon. Af en toe wordt het bruin-beige landschap opgevrolijkt door zacht-roze lentebloesems. Tegen 17 u zijn we weer aan het klimmen. Boven zien we dat er een witte wagen stil staat. En ja... het is Jalat Khan. We leggen hem uit dat we Kingri niet meer zullen halen en hij schrijft voor ons op dat we in een kamer kunnen slapen in een bedrijf van hem. Klik voor het zien van hun grote waslijnen

Een half uur later komen we toe in Khajori. Aan een groepje wegenwerkers vragen we waar het bedrijfje ligt. Gelukkig komt er net een jongeman (Raza) toe die goed Engels spreekt. Hij heeft echter niet zo geruststellend nieuws... Volgens hem is het bedrijf nu gesloten en is er niemand meer aanwezig... Hij rijdt ons voor om een kijkje te gaan nemen. Khajori is een piepklein en zeer vervallen dorpje. Onvoorstelbaar dat er in deze 'huizen' mensen wonen! We kunnen inderdaad niet slapen in het bedrijfje van Jalat Khan. En wij dachten dat alles geregeld was voor ons!
Raza biedt ons aan om in het huisje van de arbeiders te slapen... Er zijn drie kleine ruimtes en wij zouden in een ervan mogen slapen. Het is er vuil en stoffig, de ramen zijn afgeplakt met plastiek... De slaapmatjes en dekens van de drie mannen die er normaal gezien slapen, worden vliegensvlug weggehaald. Onze fietsen worden binnen gezet en de kamer wordt 'gekuist', dit wil zeggen: met een grove bezem uitgeveegd... Er hangt nu een grote stofwolk! Terwijl deze kamer verlucht, krijgen wij in een andere kamer alvast een tasje thee.

Raza is 18 (student) en was met zijn broer (ingenieur)van Islamabad op weg naar Quetta. Ze besluiten hun plannen te wijzigen en deze avond bij ons te blijven. Raza is de enige van het gezelschap die een beetje Engels spreekt. Een van de arbeiders is een goede zanger en Raza stelt voor om hem voor ons te laten zingen! We voelen ons wel vereerd. Een exclusief live-optreden en dan nog wel speciaal voor ons georganiseerd! De jonge zanger zingt inderdaad fantastich goed en hoewel we niets van de tekst begrijpen, voelen we de dramatiek die in het lied verscholen zit. De jongeman zingt enkele liederen en verdwijnt weer.

We krijgen een avondmaal aangeboden door onze hulpvaardige gastheer: kip in een vettig sausje, met brood. We krijgen een bord met heel veel kip en zitten getweeen aan een tafellaken, op de grond. De anderen, die met zeven zijn, nemen voor zichzelf twee a drie keer minder kip! Wanneer wij hen een deel van onze kip willen aanbieden, weigeren ze resoluut. Ze willen niets aannemen. We voelen ons wel een beetje beschaamd en dan te bedenken dat Veerle niet van de kip eet.

Plots komt een slungelachtige militair met kalasjnikov de kamer binnen. Hij is telefonisch op de hoogte gebracht van onze aanwezigheid door 'iemand die ons kent' en heeft de opdracht gekregen om ons naar een veilige plaats te brengen. We denken dat ofwel Jalat Khan ofwel Nasrulla (checkpost) ongerust is en onze gegevens en mogelijke positie hebben doorgeseind. We voelen ons echter zeer comfortabel op de plaats waar we nu zijn en willen graag blijven. De militair vraagt dat we een papiertje schrijven, waarop we verklaren dat we in het werkkamp blijven. Dat is geen probleem natuurlijk en we schrijven een klein notaatje in het Engels (!!) waardoor de militair verantwoording (aan zijn overste?) zal kunnen afleggen. Ondertussen wordt de onzekere (ofwel stoned?) militair duchtig uitgelachen door de arbeiders!

De andere broer van Raza, de ingenieur die de werkzaamheden leidt, komt het gezelschap vervoegen. Dan is het weer tijd voor het volgende optreden van de jonge zanger. Tijdens het zingen gebruikt de zanger een omgekeerde pot als drum. Hij wordt nu begeleid door een andere goed zingende werkmakker en nog drie andere collega's die spontaan mee zingen. In de kamer zitten een twintigtal mannen en slechts 1 vrouw! Er hangt een zeer ontspannen en aangename sfeer. Heya, heya mama di heya...

Tegen 21u30 zijn wij doodop en verlangen we naar onze slaapzak. Wanneer we eerst nog naar toilet willen, krijgen we een begeleider mee die over onze veiligheid moet waken! Er zouden in de buurt immers mannen met slechte bedoelingen kunnen zijn. De gebroeders Khan zitten echt in met onze veiligheid en ons welzijn. We zijn immers hun gasten! Ze beslissen om de ganse nacht iemand voor de deur te laten waken en een tweede man moet buiten (in de koude nacht) voor het plastieken vensterraam slapen! Zo hoeven we niets te vrezen. We vragen ons af of dit echt wel nodig is, maar de oudste broer staat er op.
Het duurt nog lang vooraleer we de slaap kunnen vatten, want deze dag heeft weer een diepe indruk op ons gemaakt en in de andere kamer wordt er nog heel lang muziek gemaakt, gelachen en geroepen.

Vrijdag 2 maart 2001. Khajori - Rakhni.

Na een korte fotosessie voor de ingang van onze overnachtingsplaats, kunnen we vroeg vertrekken. Vier kilometer verder ontmoeten we Jos Leijnen (60) en Lut Schildermans (55) uit Overpelt! Beiden zijn gepensioneerd en trekken reeds vier jaar met de fiets en het openbaar vervoer de wereld rond. Volgend jaar hopen ze in Belgie aan te komen en als hun gezondheid het toelaat, willen ze nog 2,5 jaar door Afrika en 2,5 jaar door Amerika reizen.

We mogen terug heel wat klimmen en moeten voortdurend aandachtig zijn voor kinderen die met stenen (willen) gooien. Ze wachten steeds tot we hen gepasseerd zijn en dan gooien ze er op los. Om een mogelijke aanval te vermijden, wuiven we hen toe, wensen hen vrede (asalaam aleikom) en wanneer ze aanstalten maken om te gooien, dan roepen we hard en maken dreigende bewegingen. Helaas werkt dit niet altijd en gooien ze vanop een enkele meters hoger gelegen, voor hun veiligere, plaats.

Zonder lichamelijke schade bereiken we Rakhni. We verblijven in een 'government's resthouse' voor 200Rs. Er is warm water op de kamer, maar geen douche. We vinden de laatste dagen veel badkamers zonder douche. Er staat dan wel een grote emmer die we met warm water kunnen vullen. Vervolgens kunnen we het warm water met een kommetje over ons heen gieten.
Na het opfrissen wandelen we door de kleine bazaar. We krijgen een thee aangeboden terwijl we onze boodschappen doen.

's Avonds krijgen we onverwachts hoog bezoek over de vloer... De plaatselijke magistraat vertelt dat hij een probleem heeft. Hij krijgt onverwachts zeer belangrijke personen (VIP's) op bezoek en wil hen in onze kamer onderbrengen! Dit zou de enige accomodatie in het dorp zijn en wij zouden naar de politiepost moeten verhuizen. Wij lachen om zijn voorstel! Ze zullen ons hier niet buiten krijgen! We zijn moe na een ganse dag fietsen, de pasta is aan het koken en het inpakken van alle bagage neemt veel tijd in beslag. Hij toont ons nog enkele formulieren om aan te tonen hoe belangrijk hij wel is en vraagt of onze papieren/visa wel in orde zijn... We laten ons niet intimideren en even later stapt hij zonder resultaat de kamer uit.

Zaterdag 3 maart 2001. Rakhni - Dera Ghazi Khan.

De eerste 18 km klimmen we van ca. 1100 m naar ca. 1800 m. Een zware beproeving voor onze klimspieren. Na twee uur zwoegen bereiken we de top en volgt er een heerlijke lange, maar spijtig genoeg veel te steile, afdaling. We moeten voortdurend op de rem gaan staan. We dalen langs steile bergwanden en diepe afgronden. Een verkeerd manoeuvre kan fataal zijn. Dit is de mooiste afdaling die we op deze reis, tot nu toe, meemaakten! De weg blijft maar kronkelen, de ene haarspeldbocht volgt de andere op. Het uitzicht is fantastisch, de weg loopt kilometers lang boven en onder ons door. We kruisen vrachtwagens die kreunen, kraken en puffen. Nu is het onze beurt om ons te laten gaan. We genieten van deze beloning...

We zijn nu vanuit Baluchistan, de Punjab binnen gereden. Deze provincie dankt haar naam aan de vijf (=panj) grote rivieren (ab = water) die er door stromen. Meueueuhen wij 'ns effe door?

We komen terecht in een zanderig, heuvelachtig landschap. In een theehuis hopen we een frisse cola te kunnen bemachtigen, want ondertussen is de temperatuur in dit laag gelegen gebied, opgelopen tot 30 graden. Jammer genoeg hebben ze enkel melkthee, maar we krijgen in plaats van ons eigen droge brood een gratis lunch aangeboden (en weerom hasj!). Weeral chance!

Enkele kilometers voor D.G.Khan verdandert de woestijngrond in een groene oase met graanvelden en weiden met mals gras. We kunnen sinds lang het gras weer ruiken en horen talrijke vogeltjes fluiten.

D.G.Khan is daarentegen weer een contrast. Stoffig en vuil, druk en lawaaierig. We overnachten in hotel Pakeeza (200Rs) in een kleine kamer. Ze is net groot genoeg om onze fietsen er in te parkeren.
In deze stad is het nog veel drukker dan in Quetta. Het is om gek van te worden! Wanneer we inkopen gaan doen word ik (V) zo aangestaard dat ik me er ongemakkelijk bij voel. Er zijn ook mannen die roepen en kusgeluidjes maken... Het is echt niet plezant!

's Avonds eten we in een straatrestaurant (brood, rijst met ei, pikante groentjes en cola) voor 75Rs (60 bef). We ontmoeten er een 'beroemde' folk-zanger uit Multan. Ter gelegendheid van Eid (een religieuze feestdag) is er in het plaatselijke Ghazi (=groen) Park gedurende enkele dagen een festival. Hij neemt ons er met de open riksja mee naar toe. Deze riksja's verschillen van deze in Quetta. We zitten met onze rug naar de bestuurder en kijken naar de achterliggers. De riksja werpt zich tussen het wriemelende verkeer en wij wanen ons even op een kermisattractie. Het festival valt wat tegen. Het lijkt eerder een kleine braderie, er is weinig volk en geen sfeer.

Zondag 4 maart 2001. Der Ghazi Khan - Multan.

Na 8,5 kilometer zijn we 7 kilometer verkeerd gereden! Aan een rond punt hebben we de verkeerde richting genomen... gelukkig hebben we de vergissing tijdig ontdekt.

De weg is druk, de auto's razen ons als gekken voorbij en voeren levensgevaarlijke manoeuvres uit. Een tegenligger haalt met hoge snelheid een vrachtwagen in en komt recht op ons af! Wij fietsen langs de rand van de weg. De tegenligger vliegt ons rakelings voorbij, maar achter ons horen we luid metaalachtig gekraak en geknars. De tegenligger is tegen de vrachtwagen geschuurd en stopt wat verderop... Wij rijden verder... Palmbomen at last ...

We naderen Multan. In Multan willen we na zeven opeenvolgende fietsdagen, twee dagen rust nemen. Onderweg worden we nog tot stilstand gebracht door Mr. Asif, een taxichauffeur, zijn zoon en zijn dochter. Ze spreken allemaal goed Engels. Hij rijdt ons voor naar een restaurant waar we kunnen lunchen. We krijgen weer te horen dat we 'zijn gasten' zijn en krijgen de lunch aangeboden! Mr Asif wil dat we bij hem komen logeren. Hij heeft zes kamers in zijn huis en voldoende plaats voor de fietsen. Het klinkt aanlokkelijk, maar we vrezen dat er van uitrusten en ontspannen weinig in huis zal komen en besluiten om toch een hotel te zoeken. We zullen hen morgenavond wel een bezoek brengen.

In Multan is het nog niet zo eenvoudig om een hotel te vinden. Het Park hotel is 'vol'. Volgens Lonely Planet weigeren ze echter vreemdelingen. De twee volgende hotels zijn gesloten wegens Eid. Uiteindelijk vinden we onderdak in het Shalimar Hotel voor 300Rs (eerst 650Rs). Het personeel is er onvriendelijk, er is geen daglicht in de kamer en we hebben een badkamer met een open raampje, waardoor de gevreesde (malaria)muggen ons zonder probleem kunnen bezoeken.

Op straat ontmoeten we terug seksueel gefrustreerde Pakistanen. Ze werpen kusjes naar Veerle en lopen vrijwillig tegen haar aan. Behoorlijk vervelend! De 'daders' krijgen met mij (K) af te rekenen...
We vinden een internetcafe waar we voor 20Rs per uur kunnen mailen. De snelheid is wel zeer bedroevend.

Maandag 5 maart 2001. Multan.

Eindelijk nog eens een rustdag. Maar van rusten komt niet veel in huis. Het is hoogtijd om kleren te wassen en om ons dagboek aan te vullen. We bezoeken het hoger gelegen fort, vanwaar we een mooi uitzicht over de stad hebben. Van de nabij gelegen schrijnen bezichtigen we enkel de buitenzijde, omdat Veerle geen hoofddoek bij heeft. We denken dat we daarom niet binnen zullen mogen en dit wordt door een Pakistaan bevestigd. Daarna bezoeken we de bruisende bazaar. We raken de weg kwijt in de kleine kronkelende straatjes. De drukte is op sommige plaasten om gek van te worden. Overal drummende mensen, riksja's, brommers, auto's,... een hels lawaai. Kleine wasjes

Op terugweg naar het hotel, halen we een doos koekjes om vanavond af te geven. We hebben echt geen idee van wat we best voor een Pakistaanse familie kunnen meenemen.

We nemen een riksja om naar de familie Asif te gaan. We worden hartelijk ontvangen Mr Asif, zijn vrouw (Musarrat), hun drie dochters (Saifa, Sofya en Afia) en zoon (Aftab). Na een tasje melkthee wil vader Asif ons nog een aantal schrijnen laten zien. Morgen, met Eid, zal het overal veel te druk zijn. We bezoeken in sneltempo het mausoleum van Sheik Rukn-i-Alam (1320) en het mausoleum van Baha-Ud-Din Zakaria (1236). We nemen ook een kijkje in de Eidgah moskee. Het is donker dus van de buitenkant zien we niet zo veel! In de schrijnen zijn er een aantal mensen die er slapen en wonen. Er zou voor deze mensen drie maal per dag een voedselbedeling zijn. Wanneer we terug naar huis rijden om te dineren, blijkt het reeds 23u te zijn! Onze oogjes beginnen klein te worden.

We vragen wat meer uitleg over Eid. Saifa vertelt ons dat ze op die dag herdenken dat God het geloof van Abraham wou testen. God vroeg Abraham om zijn zoon te offeren. Abraham gehoorzaamde en op het ogenblik dat hij het hoofd van zijn zoon wou afhakken, lag er plots een schaap en had God zijn zoon gered. Om dit te herdenken slachten de moslims met Eid een schaap en delen het vlees met familie en armen.

Na het eten (rijst en vlees) volgt er nog thee. Het is 1u30 wanneer we weer aan het hotel zijn. Dit is veel te laat voor ons.
De familie Asif nodigde ons weerom uit om bij hen te komen logeren. Ze hebben een groot huis en we zouden een ruime kamer met twee bedden, salon en badkamer krijgen. Hoewel het voorstel erg verleidelijk is, bedanken we toch maar. We zien teveel op tegen de verhuis.

Dinsdag 6 maart 2001. Multan.

We voelen ons niet zo goed vandaag en denken dat het te wijten is aan slaapgebrek. In de loop van de dag voelt Kris zich steeds slechter en heeft hij zelfs kou! Het is 30 graden buiten!
We slenteren tot aan het Holiday-Inn hotel om iets te gaan drinken. Het is Eid vandaag, de meeste winkels zijn gesloten, maar hier en daar kan je wel eten kopen. We zien mannen passeren met schape- en geitevachten... De slachting is dus al achter de rug...
In het Holiday-Inn hotel wordt er ons een kamer met ontbijt aangeboden voor 2000Rs (anders 7000Rs)! Een mooi aanbod, maar we zijn van plan om morgen te vertrekken.

De planning mag een uurtje later herzien worden. Kris heeft maar liefst 39,3 graden koorts! Hij voelt zich nog steeds rillerig en heeft weer last van zijn darmen. Ik (V) telefoneer naar de familie Asif om te vragen of zij een goede Engels sprekende dokter kennen. Ze stellen onmiddellijk voor om naar het hotel te komen. Moeder, vader en de oudste dochter (Saifa) staan even later bij ons. Ze nemen ons mee naar hun huisdokter die de diagnose 'voedselvergiftiging' stelt. Bij de dokter voelt Kris zich ontzettend misselijk... ook zijn maag is niet in orde.

Kris krijgt heel wat medicijnen voorgeschreven: antibiotica, iets tegen overgeven, iets tegen koorts, iets tegen diarree en ORS (om te rehydrateren). Bij een ziekenhuis is er een apotheek waar we de nodige medicijnen halen. In Pakistan hoef je geen volledige doos pillen te kopen, je koopt enkel de hoeveelheid die de dokter voorgeschreven heeft. Je blijft dus niet zitten met een massa overbodige pilletjes.

De familie Asif is niet van plan om ons nog in het hotel te laten overnachten. Deze keer zijn we zeer blij om op de uitnodiging te kunnen ingaan. Kris wordt eerst in bed gelegd en dan wordt onze bagage opgehaald. Aftab fietst samen met mij van het hotel naar huis. Ik word de ganse weg herhaaldelijk door onbeschofte Pakistanen toegeroepen. Aftab geneert zich er voor en zegt me dat ik er niet naar moet luisteren. "Pakistani have no manners"... En we kunnen ondertussen wel bevestigen dat er heel wat ongemanierde Pakistanen rondlopen. Vader Asif blijft de hele tijd traag voor ons rijden. Het zijn ongelooflijk lieve mensen!

Woensdag 7 maart 2001. Multan.

Ik (K) voel me nog steeds zeer slecht. Gelukkig blijft mijn temperatuur dalen, dankzij het koortswerend middel. Ik blijf echter door het te regelmatige toiletbezoek teveel vocht verliezen. Mr. Asif telefoneert naar de dokter en ik krijg een sterker middel tegen diarree voorgeschreven. Ik blijf de ganse dag in bed liggen en word door Veerle met veel liefde verzorgd. Ik eet alleen 'plain rice' en yoghurt.

En terwijl Kris zachtjes aan hersteld, word ik (V) door Mr. Asif op sleeptouw genomen. Vader, zoon en ik gaan naar de bazaar. Ik moet wel eerst een shalwar kameez van de moeder aan doen en een hoofddoek Veerle toont hier het avondkleed van ... dragen... Zo zou ik minder opvallen en kunnen ook al onze kleren gewassen worden. En zonder uitzondering commandeert Mr. Asif me net zoals (of misschien toch iets minder) hij zijn dochters commandeert. Het is grappig om te zien hoe vader en zoon met veel zorg het mooiste fruit uitkiezen.

De familie beschikt over een wasmachine. Eerst ben ik wat terughoudend aangezien sommige van onze kleren geen hoge temperaturen verdragen. Maar dit blijken overbodige zorgen te zijn! Er is immers geen warm water. Het wasmachine is gewoon een draaiton. Na een kwartier draaien, wordt het stilgezet, kan ik er de was uithalen, alles uitspoelen en alles op het dakterras aan de wasdraad gaan hangen. Dit alles wordt nauwkeurig gevolgd door Mr. Asif, die uiteindelijk toch ook een handje komt helpen!
Wanneer de was gedaan is, moet ik mee naar de keuken komen om iets te eten. Mr. Asif en ik zijn de enigen die eten... omdat we gewerkt hebben!!
In de namiddag geeft Mr. Asif me een hoofdmassage... Die man is wel heel hardhandig! Het deed meer pijn dan deugd!

Om 16 verdwijnt de ganse familie in de slaapkamer. Ze gaan rusten. Tot 21 u blijft alles stil in huis. We beginnen ons af te vragen of ze nog wel thuis zijn. Gelukkig hebben we wat brood en yoghurt zodat Kris kan eten en zijn medicijnen kan nemen. Om 9u30 krijgt hij nog een bord rijst. De familie moet nog aan het avondmaal beginnen.

Donderdag 8 maart 2001. Multan.

Oef! Ik (K) voel me al veel beter. Morgen kunnen we eindelijk richting Lahore vertrekken. Het werd tijd, want ten laatste op 16 maart moeten we Pakistan verlaten. Indien niet, dan zijn wij hier 'de illegalen'.

's Morgens is er geen ontbijt. We nemen nog wat yoghurt en een laastste brood. 's Middags verschijnt Mr. Asif ten tonele en vraagt of we 'breakfast' wensen... We eten samen in de keuken een zeer vettig soort chapatti en een gebakken eitje. We blijven nog lekker lang gezellig nakletsen met dit vriendelijke koppel. Het is wel duidelijk dat ze heel goed overeen komen. Mr. Asif vertelt ons trots dat ze een 'liefdeshuwelijk' hebben en geen 'gearangeerd huwelijk'. We krijgen een goudkleurig mini-theesetje kado voor onze kindjes. Zoek de vlieger Het is zeer rustig in huis. Afia en Sofya zijn naar school vandaag en Saifa en de Aftab zijn aan het studeren.

In de namiddag trekken Kris en ik de stad in om te mailen en boodschappen te doen. Het is echt snikheet... en het zal alleen maar warmer worden... We vinden niet alles wat we nodig hebben en gaan bij de familie raad vragen om de juiste winkels te vinden. Hoewel de kinderen nu aan het vliegeren zijn, staat de zoon onmiddellijk klaar om met Kris mee te gaan.

Ik word bij de moeder geroepen, die in hun slaapkamer naar een film aan het kijken is. We drinken samen thee. Saifa komt haar Engelse oefeningen tonen. Ze heeft op goed gevoel voorzetels ingevuld en is zeer verbaasd wanneer ik haar vertel dat ze dit ook kan opzoeken in een woordenboek. Na een tijdje is de ganse familie aanwezig in de slaapkamer en hangt/ligt/zit iedereen heel ontspannen en rustig tegen elkaar. Deze mensen gaan echt heel lichamelijk met elkaar om. Mr. Asif laat zijn dochters (kerst!)liedjes voor ons zingen en komt zelf op de proppen met wiskundige raadseltjes. Af en toe wordt er zonder gene eens flink geboerd!

's Avonds worden er speciaal voor ons frietjes gemaakt! Ze hebben gezien in ons boekje dat het een Belgische specialiteit is. Heel lekker, maar zeer vettig en niet goed voor onze zwakke magen, zodat we er niet te veel van eten.
Mr. Asif wil om 21u absoluut de twee cassettes kopieren die wij bij hebben. Veerle gaat met hem naar een muziekwinkel om de cassettes te kopieren. Ze zijn pas tegen 23u30 terug en ik kan er niet om lachen! Morgen wacht ons een zware fietsdag en wij moeten vroeg uit de veren.

Vrijdag 9 maart 2001. Multan.

Joepla! Het is weer prijs! Deze keer is het de beurt aan Veerle. Ze heeft mijn stoelgangabonnement over genomen. Ze is 's morgens niet uit de badkamer weg te slaan. Al onze bagage is gepakt, de fietsen staan reeds buiten, maar we moeten noodgedwongen minstens 1 dag langer blijven. Terug 1 dag minder om Pakistan te verlaten.

Veerle blijft de hele dag in bed en ik ga met de zoon en Mr. Asif 'kites' (vliegers) kopen. 's Namiddags speelt de familie op hun plat dak (waar ook zeven kippen lopen) met de vliegers. Het is de bedoeling om de vlieger van de andere buurtspelers met hun touw door te snijden. Dit spel lijkt wel nationale sport nummer 1.

Er wordt mij (V) een cassetterecorder gebracht, zodat ik kan genieten van onze twee cassettes. Toch wel leuk dat we die bij hebben. Het is vandaag voor Kris wennen aan het andere levensritme van dit gezin. Na het ontbijt, om 7u30, krijgt hij pas om 21u weer iets te eten! We weten eigenlijk niet hoe de Pakistanen met zo weinig voedsel de dag doorkomen. 's Avonds laat eten ze wel heel zwaar en vettig. 's Morgens zullen ze bijgevolg geen honger hebben.

Tegen de avond vertelt Mr. Asif enthousiast dat hij hoopt om morgen (taxi)klanten te hebben richting Lahore, zodat hij ons misschien onderweg ziet... Ik (V) lig nog slapjes te bed en we hebben het gevoel dat we buitengekegeld worden. Wanneer ook de dochter even later komt informeren of we aan het inpakken zijn, denken we dat de boodschap duidelijk is... we moeten weg! We zijn wat verontwaardigd. Ik voel me al wel veel beter dan deze ochtend en hoop dat het morgen zal gaan om op de fiets te stappen... Spijtig dat het hier zo moest aflopen.

Zaterdag 10 maart 2001. Multan - Khanewal.

's Morgens horen we gestommel. De twee jongsten moeten weer naar school. De zoon heeft nog vakantie en Saifa moet om 14u een test gaan afleggen. Vader rijdt naar de luchthaven in de hoop op klanten... We draaien ons nog eens om en staan om 9u30 op. We douchen ons, eten een pot yoghurt en laden de fietsen op. Dan is het tijd om iedereen wakker te gaan maken en afscheid te nemen. De moeder wil voor ons nog brood bakken, maar we bedanken vriendelijk. Het brood is redelijk zwaar en we zien het niet zitten om onze magen nu reeds te overladen. Na een kopje thee nemen we afscheid. Moeder en dochter zeggen dat we gerust nog een dagje langer mogen blijven en ze lijken heel oprecht... Heel hartelijk nemen ze afscheid van ons. We verlaten het huis zeer verward en met gemengde gevoelens. Het leek niet echt alsof ze ons weg wilden hebben vandaag... Hebben we hun uitspraken gisteren verkeerd geinterpreteerd. Het zou best wel kunnen dat we hier te maken hebben met een misverstand omwille van het cultuurverschil. We blijven er de ganse dag mee in onze maag zitten.

We sturen nog een kort mailtje naar het thuisfront en stappen dan op de fiets. Mijn (V) benen zijn nog wat slapjes, maar het gaat wel. Het is ontzettend warm. 30 graden in de schaduw!
We hebben geluk dat de weg naar Lahore (vanaf Multan) een recent geasfalteerde tweevaksbaan met pechstrook is.
Eten gaat maar moeizaam. Het is wat te warm voor ons en het droog brood smaakt niet echt. De heerlijk frisse cola gaat gelukkig gemakkelijk binnen.

Tegen 16u komen we aan in Khanewal, waar er volgens Mr. Asif veel hotels zouden zijn. In het centrum vragen we naar een overnachtingsplaats. We worden steeds verder weg uit het centrum gestuurd.(Achteraf zal blijken dat we voor het eerst de weg vroegen, vlak voor een hotel!)
We rijden wat rond en een Pakistaan brengt ons naar een resthouse. Een prachtig gebouw, in een sjieke en rustige buurt, met een zeer grote en mooie tuin... Maar het is volzet.
Uiteindelijk belanden we in het 'City Gate' hotel, op de weg naar Lahore. Gemakkelijk voor morgenvroeg, maar hopelijk is er 's nachts niet teveel lawaai. Vooraleer we voor 250 Rs onze intrek nemen in de kamer, laten we de hagedis die op de muur zit, verwijderen.

We zitten nog maar juist neer als er op de deur geklopt wordt. En we kunnen onze ogen niet geloven... Mr. Asif, zijn vrouw en Saifa staan voor onze deur! Het is dus heel duidelijk dat we gisteren verkeerde interpretaties maakten. Ne grote zonder!! Ze zijn in de twee hotels in het centrum gaan kijken en aangezien we daar niet waren zijn ze naar hier gekomen! Niet te doen!
Na een tasje thee (zelfs bij 30 graden drinken die Pakistanen melkthee!) stelt Mr. Asif voor om met de wagen om boodschappen te gaan. En onderweg worden we uitgenodigd op een etentje.

Mr. Asif laat voor ons gewone rijst klaarmaken, voor Kris laat hij kip zonder chili maken en hij stuurt iemand voor ons om yoghurt! Terwijl het eten wordt bereid, rijden we naar de ouderlijke woonst van Mr. Asif.
Het etentje is heel lekker, heel gezellig en plezant! We hebben toch weer moeten lachen met hun gewoonte om zout in hun Pepsi te strooien! Blijkt dat ze ook op appels, appelsienen en watermeloen zout strooien vooraleer ze het fruit opeten! Ja, waarom? "Voor de smaak"... Over smaken valt niet te twisten he!

Wat zaten wij er toch enorm naast! Blij dat onze herinneringen aan Multan toch een positieve afsluiter kennen. Na een laatste melkthee in onze kamer (in het ongevraagde gezelschap van een hagedis!) nemen we afscheid. Het hotelpersoneel mag weer op hagedissenjacht gaan en dan is het voor ons was- en slapenstijd.

Zondag 11 maart 2001. Khanewal - Sahiwal.

We worden wakker van het geraas en geclaxoneer van auto's, riksja's, vrachtwagens en bussen op de drukke weg. We zien vandaag wel tien wagens passeren die versierd zijn voor een trouwfeest. Vandaag lijkt de dag waarop iedereen wil trouwen...?

Verder worden we vandaag twee keer opgeschrikt. Eerst zien we een dode, uitgemergelde (gefolterde?) hond langs de rand van de weg liggen. Zijn achterste en voorste poten waren samengebonden. Welke waanzinnige heeft dit op zijn geweten? Een tijd later zien we een kolossaal kadaver van een wild varken langs de weg liggen. Het lijkt aangereden te zijn en het is al in serieuze (stinkende) staat van ontbinding. Niemand heeft hier blijkbaar de intentie om dode dieren te verwijderen.

In Sahiwal nemen we onze intrek in het 'Stadium' hotel voor 220 Rs en dineren er in de binnentuin. Het is heerlijk zacht weer om buiten te eten (22 graden).

Het was vandaag een zeer zware fietsdag: onze lichamen zijn nog niet volledig hersteld van de voedselvergiftiging, we hebben een zeer slechte nacht achter de rug vanwege het verkeerslawaai, het was 30 graden vandaag, we hadden veel tegenwind en we fietsten 125 km en zaten bijna 7 uur in het zadel. Een goede nachtrust zal ons goed doen!

Maandag 12 maart 2001. Sahiwal - Pattoki.

We starten de dag met een ontbijt in de tuin. Een luidruchtige andere gast, zet van aan een ander tafeltje al roepend een gesprek in gang. Het is een rare kwiebus. Wij zijn volgens hem zijn broer en zus! Hij zegt hoog op te lopen met de paus en dat hijzelf zeker naar de hemel zal gaan... Wanneer we aanstalten maken om te vertrekken, krijgen we een dichtgekleefde enveloppe in onze handen gestopt. We mogen deze pas openen in Lahore. We willen echter weten wat we mee krijgen. Op de enveloppe staat op de plaats van het adres de naam van de paus en het Vaticaan vermeld... Na het openen van de enveloppe zijn we toch wel zeer verbaasd. We hebben een pakje opgeplooide pornoprentjes in onze hand! En op de billen van de vrouwen staat in rode letters 'sister' geschreven! Hilarisch, niet! We vinden het ook wel grof en laten ons ongenoegen duidelijk merken aan de hotelverantwoordelijke. Die vertelt ons dat die man niet goed wijs is. Overduidelijk!

Bij het verlaten van Sahiwal krijg ik (V) het al snel op mijn zenuwen. Het gegaap begint me stilaan de keel uit te hangen. De helft van de auto's, brommers, riksja's, fietsers die me passeren, vertragen om eens goed te kunnen kijken. En als ze denken een kans te zien, proberen ze me zelfs aan te raken! Het is triestig gesteld met de Punjab-mannen. Ze lijken echt wel stevig gefrustreerd! Fietsen is voor mij bijgevolg niet echt leuk en ik sta op scherp.

In de late voormiddag stoppen we even om mijn (V) stuur wat rechter te zetten. Een Duitse moto-toerist komt even een praatje slaan. Wanneer hij weer vertrokken is, merken we dat we weer een fietsprobleem hebben... De stuurpen draait kadul! Blijkt dat de schroef van het blokje onderaan, kapot is. Daar staan we weer. En al gauw samen met ons, een bende Pakistanen. We hebben weer geluk bij ons ongeluk! 1 van de toeschouwers wil ons helpen en rijdt voor ons enkele kilometers verder naar een winkel om zo een nieuw blokje met schroefdraad te kopen. Ondertussen rusten wij uit en proberen de opdringerige groep die zich rond ons geschaard heeft, wat op afstand te houden. Een man die wat Engels spreekt moeten we een paar keer op zijn plaats zetten wanneer hij naar mij toe avances blijft maken! Here we come!
Wat later komt die ene Pakistaan er aan met het hulpstuk en wonderwel... we kunnen weer zonder probleem verder fietsen! We zagen onze fietstocht (weerom) eventjes in het water vallen.

In het volgende dorp stoppen we voor ons middagmaal en algauw worden we weer omringd door tientallen nieuwsgierige en opdringerige Pakistanen. Het is echt om zot van te worden! Een politieagent probeert tevergeefs de menigte wat op afstand te houden en stelt voor dat we in de nabijgelegen apotheek ons brood opeten. Hij zal de fietsen bewaken. Eenmaal we de apotheek binnen zijn, zijn 'de aapjes' blijkbaar verdwenen, want de menigte gaat uit elkaar... Met de apotheker kunnen we nog een rustig en aangenaam gesprek voeren. We krijgen onze maaltijd aangeboden en de politieagent koopt ook nog fruit voor ons!

In Pattoki vinden we langs de hoofdweg een hotel, waar men echter veel te hoge prijzen vraagt. We fietsen het dorp binnen, maar hier blijken geen overnachtingsmogelijkheden te zijn. We vragen bij de politiepost of ze ons kunnen helpen. Het is ons niet helemaal duidelijk wat er ons te wachten staat. We mogen alvast wat uitrusten en moeten wat geduld hebben, maar we worden uitstekend verzorgd. We krijgen frisdrank, thee, avondmaal en nogmaals thee aangeboden! We krijgen veel bewonderende opmerkingen en complimenten te horen. De Pakistanen zien het als hun religieuze plicht om ons als hun gasten te behandelen en in de watten te leggen. We hebben immers een lange afstand afgelegd om hun land te komen bezoeken. Deze uitleg horen we bijna dagelijks en het is wel plezierig om je zo bewonderd en welkom te voelen in dit vreemde land!

's Avonds worden we met een escorte enkele kilometers verder naar het resthouse van de suikerfabriek gebracht! De fietsen worden achterin de politiewagen geladen. Met twee wagens, met gewapende agenten achterin, brengen ze ons naar het resthouse! We zijn de gasten en hoeven niets te betalen! We krijgen een mooie kamer in het VIP-resthouse. Deze keer zit de hagedis langs de buitenkant van het raam! Daar hebben we geen last van! We worden echt in de watten gelegd! Waar hebben we het verdiend dat al deze supervriendelijke mensen ons pad mogen kruisen? We zijn er enorm dankbaar voor!

Ik (K) ontdek nog een breuk aan de fiets... De achterste bagagedrager is aan de rechterzijde afgebroken. Niet onoverkomelijk, maar we zullen dit in Lahore zeker moeten laten herstellen en we hebben er niet veel tijd.

Dinsdag 13 maart 2001. Pattoki - Lahore.

Na een luxueus en uitgebreid ontbijt voeren we een noodherstelling uit aan de bagagedrager en begeven ons op weg.
's Middags stoppen we aan een gezellig wegrestaurantje. De kippen lopen er gewoon op de zitbedden die als tafel fungeren. Over hygiene hebben ze hier nog niet horen spreken... In de loop van de voormiddag zijn er grijze wolken komen opzetten. En deze keer kunnen we spreken van een perfecte timing. Tijdens onze lunch barst er een hevige regenbui los. Nadien kunnen we met meer zuurstof in de lucht, droog verder rijden.

Een 15tal kilometer voor Lahore komen we al in de drukte terecht. We naderen een grootstad. Een vriendelijke motorijder gidst ons naar het Orienthotel. We vinden 500 Rs echter te veel voor wat ze aanbieden. Na een lange, vermoeiende reis zijn we deze keer op zoek naar wat meer luxe om onze batterijen weer op te laden. Dit vinden we in het Bakhtawar hotel voor 700 Rs. We hebben een mooie, nette kamer met badkamer, TV, frigo, salonnetje en airco. Op TV spelen ze heel wat Engelstalige films en via BBC World worden we ook wat dichter bij de beschaafde wereld gebracht. We horen voor het eerst van de 'foot and mouth disease'.

In Lahore hopen we eindelijk ons groot fototoestel terug te hebben. Het is vanuit Belgie met DHL verzonden. DHL Belgie beloofde dat het pakket maximaal 6 werkdagen onderweg zou zijn. Het pakket is 27 februari opgestuurd. We hopen het dus zonder enig probleem bij DHL-Lahore te kunnen afhalen... Niets is echter minder waar! Het pakket wordt door de douane in Karachi geblokkeerd. We moeten eerst douanetaksen betalen, alvorens ze het vrijgeven! Het zou, na betaling, minstens twee tot drie dagen duren vooraleer het toestel in Lahore zou aankomen. En wij hebben maar een visum tot 16 maart... We kunnen er niet om lachen! De verantwoordelijke benadrukt dat er bij DHL-Belgie fouten gemaakt zijn. Hij zal zijn best doen om het pak vroeger te laten arriveren, maar kan ons niets beloven!

De verantwoordelijke zou ons morgen kunnen meedelen hoeveel taks we moeten betalen. Het zou 15.000 Bef kunnen bedragen! Voor dat geld (en de verzendingskosten) hadden we hier een nieuw toestel kunnen kopen... We zijn er echt ondersteboven van en besluiten om DHL-Belgie eens goed 'hun vet te geven', wegens het doorgeven van onvolledige informatie. Indien bij het verzenden duidelijk was meegedeeld dat de inhoud van het pak bedoeld is voor privegebruik (en dus niet om te verkopen), dan zouden de taksen vermeden of zeer laag geweest zijn. Er moest ook voor de geschatte waarde van het pak een zeer laag bedrag opgegeven worden. Het is immers op basis van dit bedrag dat de taksen berekend worden.

De avond wordt afgesloten met een verwennerij waar we lang naar hebben uitgekeken! Een bezoek aan McDonalds! We kunnen als het ware bijna vergeten dat we in Pakistan zijn. Een proper restaurant, Engelse muziek, deftig geklede mensen,... Het zal niet veel goedkoper zijn dan bij ons (voor de kenners: een gewoon filet-o-fish menu kost 170 Rs). Voor de mensen hier is dit een zeer kostelijke grap.

We verblijven nu op 30 kilometer van India. We zijn vlakbij, maar door de DHL-historie misschien nog verder af dan we denken...

Wordt vervolgd.

Kris en Veerle

TerugTerug