|
|
Het doel van het spel go is om zoveel mogelijk terrein te veroveren. In het begin van het spel moet je trachten zoveel mogelijk gebied te omsluiten. In de linker figuur, de twee zwarte groepen in de linkerbovenhoek en op de rechterzijde van het board hebben negen lege plaatsen, of 9 punten. Een witte groep in het midden telt ook 9 punten. De lege plaatsen omsloten door stenen van een zelfde kleur noemt men gebied. Elk van de groepen heeft dus een gebied van 9 punten. Tel het aantal stenen nodig om dit gebied te omsluiten.
Dus bij het begin van een spel, zal elke speler hoeken proberen in te nemen. Bijna niemand zal in het midden spelen. |
|
|
Je kan in de linkerfiguur zien hoe een reëel spel op een 13x13 board start. Duw een aantal maal op de Next knop. Je kan teruggaan door op de Undo knop te duwen. Eerst speelt elke speler op een positie dicht bij de hoeken. De eerste zet van zwart noemt men 3-3 omdat hij wordt gespeeld op de derde verticale en horizontale lijn tellend vanuit de verste hoek. Door te spelen op deze positie, ben je bijna zeker dat je de hoek kunt veroveren. Wit speelt dan vervolgens ook op een 3-3 punt. De volgende zet van zwart noemt men de ster aangeduid door een zwart cirkeltje. Het gebied dat omsloten wordt is groter dan bij een 3-3 punt, maar je bent ook kwetsbaarder voor aanvallen omdat er meer ruimte is om binnen te dringen. De vierde zet, gespeeld door wit, is ook een populaire positie.
Natuurlijk kan je op een bord spelen waar je wil, zolang de zet maar toegelaten is. Alhoewel het spelen in de hoeken een efficiënte strategie is, heeft het spelen op posities als M2 of N1 weinig zin omdat het gebied dat ze omsluiten te klein is. |
Volgende