Het 'klassieke' examen AI bestaat uit twee delen die beide plaatsvinden op dezelfde voormiddag of namiddag. Toelichting over de afzonderlijke delen volgt hieronder. Alvast een inleidende bedenking: vanwege de organisatie van 2 deelexamens op dezelfde halve dag kan dit examen soms lang uitvallen.
De alternatieve evaluatievorm is een 'huiswerk' waarin de student zelf een aantal (5) oefeningen opstelt en oplost. De richtlijnen voor deze vorm zijn beschreven in onderstaand document. Deze vorm is momenteel alleen beschikbaar voor studenten in 3de bach of in master opleidingen.
Document alternatieve evaluatievorm AI
Wat het klassieke examen betreft: Het examen start met een OPEN BOEK, SCHRIFTELIJK, OEFENINGEN gedeelte. Voor dit deel van het examen mag je al het materiaal gebruiken dat je nuttig vindt. Vermits het een schriftelijk examen is is het wenselijk om je antwoorden in een duidelijk leesbare vorm op te schrijven. Er zijn 2 opgaven. Meestal zijn deze opgaven gelijkaardig aan oefeningen die in de oefeningensessies werden uitgewerkt, of aan voorbeelden die in de cursus werden uitgewerkt.
Voor dit gedeelte van het examen is een beperkte tijd van 2.15 uur voorzien. Na 2.15 uur wordt je gevraagd om antwoorden en vragen in te dienen. Indien je de volle 2.15 uur niet nodig hebt voor dit gedeelte van het examen, dan is het je toegestaan om eerder je antwoorden in te dienen en vroeger aan het tweede gedeelte van het examen te beginnen.
Na het indienen van de antwoorden en vragen voor het eerste deel dien je ALLE boeken, papier, etc. achteraan in het lokaal te plaatsen. Je mag alleen schrijfgerief (exclusief papier) op je plaats houden. Op dat ogenblik krijg je de vragen voor het tweede gedeelte.
Dat tweede gedeelte is een GESLOTEN BOEK, MONDELING MET SCHRIFTELIJKE VOORBEREIDING, THEORIE examen.
De vragen zijn overwegend synthese vragen. De manier waarop de vragen gesteld zijn maakt het meestal niet nodig om van buiten te weten welke items er binnen een bepaald stuk van de cursus aan bod zijn gekomen. In de vraag zelf wordt meestal in herinnering gebracht welke aandachtspunten je in je antwoord dient op te nemen. De bedoeling is dat je die aandachtspunten toelicht.
Nadat je je antwoorden hebt voorbereid schrijf je je naam op het bord om aan te geven dat je klaar bent voor het mondelinge examen.
Hieronder twee voorbeelden van theorie-vragen. Er bestaan een 15-tal van deze vragen. Het voorkomen van een bepaalde vraag hieronder in deze tekst verhoogt noch verlaagt de kans dat een bepaalde groep ook effectief deze vraag op het examen krijgt.
Voorbeeld 1.
Het standaard backtracking algoritme heeft enkele efficientie problemen in verband met ``trashing'' en het uitvoeren van redundante tests. Licht dit toe.
Op welke manier proberen methodes zoals ``backjumping'' en ``backmarking'' deze problemen op te lossen? Illustreer. Welke informatie gebruiken ze daarbij en hoe? Je hoeft hierbij niet in details over de eigenlijke algoritmes te gaan.
Wat is ``dynamic search rearangement''? Wat is het ``first-fail principe'' en waarom is dat nuttig?
Voorbeeld 2.
Bespreek de aanpak van STRIPS voor planning. Gebruik daarbij het blokkenwereld-probleem als een illustratie. Hoe worden toestanden gerepresenteerd? Hoe worden acties gerepresenteerd? Wat is de algemene strategie? Illustreer en verklaar de rol van ``establish'' en ``treat'' links. Hoe kom je tot ``before'' links? Wat zijn de 2 principes van ``least commitment''? Hoe kan je de begin- en eindtoestand uitdrukken met behulp van operatoren? Welke aspecten spelen een rol bij het plannen met operatoren patronen?