Differentiaalvergelijkingen
Het betreft hier het oplossen van beginwaardeproblemen van de vorm y'(x) = f(x,y(x)).
We illustreren wat de orde is van een methode en wat dit betekent aan de hand van drie elementaire technieken: Euler, Cauchy en Heun.
Wat leren we hieruit?
- Het begrip orde van een methode heeft invloed op de grootte van de
lokale en dus ook van de globale discretisatiefout als functie van
de stap h bekeken.
- Let wel, de technieken zijn geen iteratieve methoden, en dus is
het hier eigenlijk een ander begrip dan het begrip
"orde van convergentie" zoals dat voor een iteratieve methode wordt
gedefinieerd.
Dit is een code die op een op te geven rechterlid f(t,y) de methode van
Euler, Heun en Cauchy loslaat. Men kan daarin een aantal parameters wijzigen.
Wat leren we hieruit?
- Euler in minder nauwkeurig dan Heun of Cauchy die ongeveer even goed zijn.
- De stap moet klein genoeg zijn om een oplossing te berekenen die in de
buurt van de exacte oplossing blijft.
Het opstellen van sommige methoden vraagt wat rekenwerk,
wat gemakkelijk met maple kan opgelost worden.
Dit wordt hier gedaan voor BDF, Adams-Bashforth, en Adams-Moulton.
Wat leren we hieruit?
- Operatorenrekening kan zeer nuttig zijn om formules (bv. BDF)
eenvoudig op te stellen.
- Predictor-corrector methoden laten een eenvoudige foutenschatting toe.
Ze kunnen daarom nog niet gemakkelijk adaptief werken.
Voor sommige directe methoden is het eenvoudig om de stabiliteitsgebieden te tekenen.
Wat leren we hieruit?
- Met toenemende orde zal het stabiliteitsinterval voor expliciete
methoden die van de gepaste vorm zijn ook toenemen.
- De BDF formules zijn bijzonder goed wat hun stabiliteitsgebied betreft.
Voor het gebruik van Runge-Kutta formules voor het oplossen van een
tweede orde differentiaalvergelijking kan men naar het probleem van
de slinger kijken, dat uitgebreid gedocumenteerd is.
Men kan expliciet zien hoe een methode faalt voor een moeilijk probleem.
Wat leren we hieruit?
- Sommige problemen bevatten dominante en niet dominante oplossingen.
- Wil men de niet dominante oplossing selecteren, dan zal de minste
afrondings- of andere fout er voor zorgen dat de dominante
uiteindelijk toch zal overheersen.
© Adhemar Bultheel
2001-12-05